Overleven in stilte

Els* (63 jaar) heeft een leven vol met ingrijpende ervaringen in de psychiatrie achter de rug. Na meerdere bijna-doodervaringen en het verlies van haar vader krijgt ze angstaanvallen en wordt ze opgenomen in de GGZ. Ze wordt herhaaldelijk geïsoleerd, vastgebonden en met zware medicatie behandeld zonder dat naar haar verhaal wordt geluisterd. Door deze ervaringen verliest Els al haar vertrouwen in de psychiatrie, worden haar familiebanden verbroken en blijft ze achter met een intens trauma. Els knapt op en pleit nu voor meer menselijkheid in de geestelijke gezondheidszorg.

Ik was geen patiënt, ik was bang.

Het verhaal van Els

Bijna-doodervaringen

Els vertelt: “Mijn leven is op een ingrijpende manier gevormd door de manier waarop de GGZ mij heeft behandeld, beoordeeld en soms zelfs heeft gebroken. Ik wil mijn verhaal graag delen omdat ik wil dat mensen moeten weten wat er kan gebeuren als de hulpverlening zijn doel voorbijschiet. Het begon al vroeg. Als zevenjarige verloor ik tijdens een KNO-operatie zoveel bloed dat het bijna mijn dood werd. Ik had hierbij een hele intense ervaring van licht, warmte en liefde. Later werd mij duidelijk dat dat omschreven wordt als een bijna-doodervaring. Als kind wist ik wel dat er iets groots was gebeurd, en dat sprak ik ook uit, maar niemand geloofde mij. Toen ik later een nabloeding kreeg, wist ik precies wat er mis was, maar ook toen werd er niet naar me geluisterd. Dat gevoel van niet gehoord en niet geloofd worden is sindsdien een constante geweest in mijn leven. Daarna volgden meer momenten waarop mijn leven aan een zijden draadje hing: ik kreeg een zwaar auto-ongeluk toen ik elf was, en een chronisch ontstoken blindedarm toen ik twintig was. Steeds weer had ik het gevoel dat ik zweefde tussen hemel en aarde, tussen hier en daar. En telkens kwam ik terug, maar met een groter besef van hoe kwetsbaar het leven is.”

Het was alsof ik langzaam werd uitgewist.

Hevige angstaanvallen

“Op jeugdige leeftijd verloor ik mijn vader en veranderde er iets in mij. Ik werd erg angstig, onzeker, en het verdriet dat ik had vond geen uitweg. Door de hevige angst- en paniekaanvallen stuurde mijn moeder mij naar de huisarts. Ik hoopte daar steun te vinden, maar in plaats daarvan werd ik direct doorverwezen naar een psychiater. Binnen een dag zat ik in een isoleercel, volgespoten met medicatie. Ik wilde graag delen wat er in mij omging, maar niemand luisterde. Ik voelde me machteloos, vernederd en doodsbang. Dit was geen behandeling, het voelde voor mij als pure ontmenselijking. Ik heb het overleefd, maar iets in mij stierf daar. In de jaren daarna volgden meerdere opnames, telkens na een periode van stress of angst. Steeds weer kreeg ik een etiket opgeplakt: “psychotisch”, “manisch-depressief”, “patiënt”. Steeds weer werden er medicijnen voorgeschreven: Haldol, Lithium, Priadel, Risperdal, die me zieker maakten dan ik al was. Mijn lichaam protesteerde, mijn geest raakte verdoofd en ik probeerde uit te leggen wat ik voelde, maar de psychiaters hoorden alleen hun eigen stem, niets hielp. Zij maakten mij tot patiënt, het was alsof ik langzaam werd uitgewist.”

Eenzame opsluiting

Mijn eerste man was huisarts en zag wél wat er gebeurde. Tijdens een van mijn zwaarste opnames in 1998 kwam hij voor me op. Ik was wekenlang opgesloten, zonder eten of drinken en zonder contact met de buitenwereld; ik dronk zelfs mijn eigen urine om te overleven. Uiteindelijk mocht ik mijn man weer zien. Ik lag vastgebonden, naakt, in mijn eigen vuil. Pas toen mocht ik me douchen en kreeg ik kleding van iemand anders. Ik voelde me een nummer van het GGZ-systeem, anoniem, vernederd en leeg. Gelukkig bleef mijn man naast me staan en kon ik dankzij hem herstellen, maar het vertrouwen in de psychiatrie was ik volledig kwijt, ik had er een levensgroot trauma bij. In 2003 werd mijn moeder ernstig ziek, en kwamen mijn angsten weer terug. Ik kon niet meer slapen, kreeg paniekaanvallen, en begon te hyperventileren. Ook deze keer kreeg ik de diagnose psychose. Samen met mijn man ontdekte ik dat een lage dosis lorazepam mij hielp; geen zware middelen met allerlei bijwerkingen, maar een vrij eenvoudig, angstremmend medicijn. Daardoor kon ik eindelijk slapen en rust vinden. Ik besefte dat ik geen “patiënt” was, maar iemand die op hevige levensgebeurtenissen met diepe angst en verdriet kan reageren. Sindsdien weet ik precies wat ik nodig heb, en wat niet.”

Desastreuze gevolgen voor het gezin

“Helaas was ik mijn gezin toen al kwijtgeraakt. Mijn kinderen was verteld dat hun moeder psychiatrisch ziek was, en ze gingen daarin geloven. Jeugdzorg nam de voogdij over, en sindsdien heb ik mijn drie oudste kinderen niet meer gezien. Alleen mijn verstandelijk beperkte dochter woont weer bij mij, dankzij mijn advocaat, de enige ‘hulpverlener’ die altijd achter mij is blijven staan, die in mij bleef geloven. Zij was degene die mij geholpen heeft mijn dochter terug te krijgen. Zij heeft er ook voor gezorgd dat ik mensen weer ben gaan vertrouwen, zij luisterde oprecht naar mij.

De psychiatrie heeft me geprobeerd te breken.

Rust en een tevreden leven

In 2014 leerde ik mijn tweede partner kennen. Met hem vond ik opnieuw rust en liefde. Maar in 2021 overleed hij plotseling aan corona. De oude angsten kwamen weer even terug, maar gelukkig wist ik deze keer wat ik moest doen, wat goed voor me was. Ik vroeg mijn huisarts om lorazepam en kon thuis herstellen, dicht bij mijn dochter. Geen opnames meer, geen angst voor opsluiting, alleen verdriet, echt verdriet, zoals ieder mens dat voelt. Vandaag de dag leef ik een rustig leven. Ik run een Bed and Breakfast in mijn huis, werk in de tuin, zorg voor mijn dochter en geniet van de kleine dingen in het leven. Soms kijk ik om me heen en denk ik: twintig jaar geleden was ik afgeschreven door de GGZ en nu sta ik toch maar hier. In het dorp zijn er nog genoeg mensen die mij nog steeds als een patiënt zien, maar er zijn er gelukkig ook die me gewoon als mens behandelen, en op die mensen richt ik mijn energie.”

Spiritualiteit

Mijn spiritualiteit is belangrijk voor me. Die eerste bijna-doodervaring op zevenjarige leeftijd heeft me laten voelen dat er meer is dan wat wij hier zien op aarde. Ik geloof in het universum, in liefde, in energie. Niet in een straffende God, maar in een scheppende alles doordringbare kracht. Ik heb cursussen gevolgd, ook in spiritualiteit en genezing, en ik weet dat ik ook geneeskracht in me draag. Ik zie dat niet als een waan, ik voel dat het zo is, het is een diepe vorm van bewustzijn. Het is iets wat mij staande heeft gehouden toen de wereld me liet vallen. De psychiatrie heeft mij geprobeerd te breken, maar ze zijn er niet in geslaagd. Ik bén niet mijn diagnose, ik ben een vrouw die veel heeft meegemaakt en nog steeds overeind staat. Ik ben moeder, weduwe, ondernemer, verzorger, maar vooral: ik ben gewoon mezelf. Wat ik wil doorgeven is dat er in de psychiatrie iets fundamenteels misgaat wanneer men ophoudt met luisteren. Angst, verdriet en trauma worden bestempeld als ziekte, en de medicijnen die zogenaamd moeten genezen, maken mensen kapot. Luisteren, gezien worden, erkenning krijgen, dat is genezen. Mijn verhaal is pijnlijk, maar ook krachtig. Ik leef, ik zorg, ik heb lief. En ondanks alles geloof ik nog steeds in de goedheid van mensen, en in het licht dat ik als kind al zag. Dat licht heeft me altijd gered, zelfs toen niemand anders dat deed.”

*Vanwege privacyredenen zijn namen en details aangepast.

Scroll naar boven